Boekbespreking

 

Jared Diamond en de wereld tot gisteren

 

Johan M.G. van der Dennen

 

 

Jared Diamond (1937) is evolutionair bioloog, fysioloog en biogeograaf, en sinds 2004 als hoogleraar in de geologie verbonden aan de UCLA in Californië. Daarvoor was hij hoogleraar in de fysiologie aan de geneeskundige faculteit van dezelfde universiteit. Hij is bekend om zijn vele ornithologische expedities in, onder andere, de binnenlanden van Nieuw Guinea. Zijn bekendste boeken zijn: The Third Chimpanzee: The Evolution and Future of the Human Animal (De derde chimpansee) (1992), het met de Pulitzerprijs bekroonde Guns, Germs, and Steel: The Fates of Human Societies (Zwaarden, paarden, en ziektekiemen) (1997), en Collapse: How Societies Choose to Fail or Succeed (Ondergang) (2004): stuk voor stuk internationale bestsellers, briljant, origineel, met een panoramisch blikveld, én analytisch, accuraat, en tot in de kleinste details verantwoord.

Diamond verstaat de kunst om uit grote hoeveelheden zeer verscheiden materiaal nieuwe, eigenzinnige en vaak ook verhelderende inzichten te smeden, schreef het NRC Handelsblad. En de New York Times: “Wat zou het voor de literatuur betekenen als andere auteurs net zo veel zouden weten, net zo helder konden formuleren en net zo zorgvuldig wisten te argumenteren?” “Diamond is sterk in analyses en grote lijnen”schreef Ben van Raaij in zijn recensie in de Volkskrant van 6-4-2013.

In zijn boek The Third Chimpanzee betoogt Diamond dat de zichzelf tamelijk megalomaan Homo sapiens sapiens noemende diersoort beter taxonomisch geclasssificeerd zou kunnen worden als derde chimpansee naast Pan troglodytes (met vier ondersoorten) en Pan paniscus (beter bekend als de bonobo of dwergchimpansee). Zijn boek Zwaarden, paarden en ziektekiemen stelt dat geografische, klimatologische en bacteriologische factoren, en niet genetische verschillen, de belangrijkste reden zijn dat de westerse beschavingen ‘sneller’ konden groeien dan andere beschavingen. Ontwikkelde delen van de wereld hebben hun ‘positie’ te danken aan een speling van de natuur en niet aan zichzelf volgens Diamond. In zijn boek Ondergang stelt hij juist de vraag waarom sommige beschavingen ten onder zijn gegaan; slechte omgang met het (leef-)milieu is volgens hem een van de hoofdredenen, naast een verslechterend klimaat en minder gunstige betrekkingen met buurvolkeren en handelspartners” (Wikipedia).

 

De auteur wil vooral duidelijk maken dat mensen in moderne westerse maatschappijen en gemeenschappen (die hij WEIRD societies noemt: van “Western, educated, industrialized, rich, and democratic”) kunnen leren van traditionele (niet-statelijke, ‘primitieve’, schriftloze, kleinschalige, tribale) samenlevingen (die vroeger in de Nederlandse etnologie ‘natuurvolken’ werden genoemd). Tegenover de WEIRD societies zouden we kunnen spreken van de SPENT societies (van “subsistence, poor, egalitarian, nonliterate, en traditional”) (deze term is van mij en niet van Diamond).

De geschiedenisboeken van de ‘beschaving’ beginnen gemeenlijk met de uitvinding van de landbouw en de eerste staatsvorming in Mesopotamië zo’n elfduizend jaar geleden, maar daarbij wordt over het hoofd gezien dat mensen het grootste deel van hun geschiedenis – tienduizenden of zelfs miljoenen jaren lang - als nomadische jagers/verzamelaars hebben geleefd, of als land- en tuinbouwers en herders nog steeds leven in bijv. Nieuw Guinea, Afrika en Amazonië. In dat tijdsbestek is wat we losjes de menselijke natuur noemen, het menselijke ethogram, geëvolueerd. Traditionele samenlevingen zijn “duizenden natuurlijke experimenten in hoe je mensenlevens kunt organizeren”. Sommige criticasters menen hieruit, ten onrechte, te mogen concluderen dat Diamond impliceert dat traditionele samenlevingen mislukte of gefaalde of stagnerende experimenten zijn.

 

Na een korte inleiding waarin Diamond de redenen achter het boek uiteenzet en de verschillende categorieën traditionele gemeenschappen voorstelt. De traditionele gemeenschappen die in het boek aan bod komen zijn: de Dani, Fayu, Daribi, Enga, Fore, Tsembaga Maring, Hinihon, Mailu eilanders, Trobriand eilanders, en Kaulong (van en om Nieuw Guinea), de Ngarinyin, Yolngu, Sandbeach, Yuwaaliyaay, Kunai, Pitjantjatjara, Wiil en Minong (van Australië); de Agta, Ainu, Andaman eilanders, Kirghiz en Nganasan (van Eurasië), de Hadza, !Kung, Nuer, Mbuti, Agta, en Turkana (van Afrika); de Calusa, Chumash, Iñupiat, Alaska Inuit, Shoshone, en Northwest Coast Indians (van Noord Amerika); de Ache, Machiguenga, Piraha, Siriono, en Yanomamo (van Zuid Amerika).

Hij bespreekt het afbakenen van territoria en niet-exclusief landgebruik. De verschillende categorieën ‘anderen’: vrienden, vijanden, vreemdelingen, en handelaren. Door wisselende coalities kunnen de vrienden van nu de vijanden van morgen worden en omgekeerd. Eerste contacten tussen westerse en niet-westerse volken blijken uiterst beangstigende momenten voor beide partijen. In dit hoofdstuk worden ook markteconomieën en traditionele vormen van handel en handelswaar besproken.

Daarna volgen drie hoofdstukken over oorlog en vrede binnen en tussen de traditionele gemeenschappen; hoe ze conflicten oplossen door veelal vreedzame vormen van conflictbeheersing, en relaties herstellen door bemiddeling (‘mediation’) en restoratieve gerechtigheid (‘restorative justice’), in vergelijking met de formele juridische methoden die statelijke samenlevingen kenmerken. De voor- en nadelen van beide worden uitvoerig geanalyseerd.

Daarna bespreekt Diamond de tijdslijnen en de slachtoffers van een oorlog bij de Dani van Nieuw Guinea. Het volgende hoofdstuk wijdt uit over definities van oorlog, de informatiebronnen, de vormen en mortaliteit van traditionele oorlogvoering (voornamelijk raids), de overeenkomsten en verschillen, de manieren om oorlogen te beëindigen, de effecten van contacten met niet-traditionele (statelijke) culturen, en de korte-termijn motieven (bijv. wraakzucht) en lange-termijn ultimate redenen (bijv. verwerven van land en schaarse hulpbronnen) van de traditionele oorlogen. Diamond benadrukt herhaaldelijk de voortdurende angst voor overvallen en de permanente ‘vredeloosheid’ bij deze traditionele samenlevingen. Een belangrijk inzicht verwoordt hij als volgt:

 

Readers who haven’t spent years talking with New Guinea Highlanders may still find themselves wondering: How did these societies come to apparently so unlike us, and to revel in and reward killing? What sort of warped ogres are they, to talk so unabashedly of their pleasure in killing enemies?

Actually, ethnographic studies of traditional human societies lying largely outside the control of state government have shown that war, murder, and demonization of neighbors have been the norm, not the exception, and that members of those societies espousing those norms are often normal, happy, well-adjusted people, not ogres (p. 168).

 

Met andere woorden: externe oorlog en intern geweld, alsmede ethnocentrisme-cum-xenofobie moeten worden beschouwd als normaal, als de defaultconditie (veroorzaakt door het veiligheidsdilemma en, uiteindelijk, het ontbreken van staatsgezag en het internationale/intertribale anarchisme) . Er is geen enkele rede om deze traditionele samenlevingen te romantiseren als “nobele wilden”.

De volgende hoofdstukken behandelen de contrasten tussen het opvoeden van kinderen in traditionele en statelijke gemeenschappen (bijv. fysieke straffen) en de omgang met en de behandeling van ouden-van-dagen (koesteren, aan hun lot overlaten of doden?), het omgaan met gevaren zoals ongelukken, ziekten, hongersnood, gevaarlijke dieren (predatoren, slangen, schorpioenen), en soortgenoten met oorlogszuchtige bedoelingen. “Constructieve paranoia” noemt Diamond het “je bewust zijn van het cumulatieve gevaar van de kleine risico’s van alledag” (van Raaij), oftewel rekening houden met kleine alledaagse risico’s met een grote waarschijnlijkheid in plaats van grote gevaren met een geringe waarschijnlijkheid.

In traditionele samenlevingen worden kinderen over het algemeen vreedzaam en liefdevol opgevoed (een taak die niet beperkt is tot de ouders maar de hele gemeenschap regardeert), zonder lijfstraffen, én tolerant vooral op het gebied van seks en agressie (waar de WEIRD samenlevingen meestal tamelijk ‘spastisch”op reageren). Diamond gaat niet nader in op de discrepantie tussen de geweldloze opvoeding van kinderen enerzijds en de macho krijgersmentaliteit van de volwassen mannen bij de traditionele samenlevingen anderzijds, maar andere onderzoekers hebben, verrassend genoeg, nauwelijks een correlatie gevonden tussen geweldloze opvoeding en latere oorlogszucht.

 

De laatste hoofdstukken behelzen de evolutie van religie en bovennatuurlijke geloofsartikelen, een pleidooi voor het behoud van multilingualisme (meertaligheid), en de funeste invloed van onze ongezonde eetgewoonten (te zoet, te zout) op welvaartsziekten als diabetes, hypertensie, nierfalen en overgewicht/obesitas (die in traditionele samenlevingen niet of vrijwel niet voorkomen). Bij deze medisch/fysiologische onderwerpen is Diamond op zijn best als (hoog)leraar.

 

De karaktermoord

Stephen Corry en Jonathan Mazower van Survival International (“sympathisanten van gemarginaliseerde inheemse volken” volgens van Raaij - die echter ook de halve waarheid en de hele leugen niet schuwen in hun verbeten strijd tegen iedereen die hun romantische visie op de “nobele wilde” niet deelt) beschuldigen Diamond van “barbaarse karaktermoord” op de traditionele samenlevingen die hij in zijn boek behandelt, en meer nog: Corry vindt Diamond’s analyses “zowel feitelijk als moreel” verkeerd:

 

Diamond leent zijn stem aan een hele invloedrijke sector van de academische wereld in Amerika die, uit onwetendheid of erger, ernaar streeft om totaal achterhaalde karikaturen over inheemse volken nieuw leven in te blazen. Deze hooggeleerde en encyclopedisch ingestelde academici pretenderen dat ze wetenschappelijke bewijzen hebben voor hun schadelijke theorieën en politieke ideologieën (zoals vroeger de voorstanders van eugenetica). Volgens mijn eigen, meer bescheiden, mening en ervaring, is dit niet alleen absoluut verkeerd - zowel feitelijk als moreel - maar ook bijzonder gevaarlijk. De voornaamste oorzaak van de vernietiging van inheemse volken is de opgelegde staatsmacht van nationale staten. Hierdoor worden ze uiteindelijk niet gered maar juist gedood (Corry, internet).

 

Afgezien van de retoriek, de valse analogie (eugenetica) en de ad hominem argumenten, bevat het Survival International manifest zware, maar tamelijk onzinnige, beschuldigingen. Ten eerste omdat alle onderzoekers van oorlogen in traditionele samenlevingen, waaronder ik zelf, hebben moeten vaststellen dat het beeld dat Diamond schets absoluut geen karikatuur is, maar de naakte waarheid. Ik heb in mijn Origin of War en latere publicaties de normale toestand gekenschetst als “chronische of permanente vredeloosheid”, geen dystopie van permanente oorlog, maar ook geen paradijs van permanente vrede. Alleen een relatief kleine club van zogeheten ‘revisionisten’ ontkent dat door middel van pertinente, aantoonbare, onwaarheden en semantische goocheltrucs. Ik heb ze in een recente publicatie de “Peace and Harmony Mafia” genoemd. De letaliteit van stammenoorlogen bij samenlevingen op en rond Nieuw Guinea en in het Amazonegebied van Zuid Amerika kan zelfs oplopen tot zo’n 30 procent van de mannelijke bevolking door het cumulatieve karakter van de voortdurende wraakexpedities en ‘lafhartige’ overvallen. De redenen daarvan zijn, kort gezegd, het veiligheidsdilemma dat ontstaat door het ontbreken van een sterk centraal staatsgezag.

Ten tweede zijn statelijke samenlevingen niet de voornaamste oorzaak van de vernietiging van inheemse volken, zoals Corry beweert, maar zijn ze meer geïnteresseerd in de pacificatie van de inheemse volken, hoewel de eerste contacten tussen statelijke en traditionele samenlevingen nogal wat strubbelingen kunnen opleveren, en hoewel door het verkrijgen van westers wapentuig en door politiek machinaties ze aanvankelijk tot de intensivering van de onderlinge oorlogen kunnen bijdragen (de “tribal zone” hypothese; denk aan de Maori oorlogen en de genocidale oorlog tussen Irokezen en Huronen in Noord Amerika). Ook moet worden toegegeven dat bijv. in het Braziliaanse Amazonegebied hele inheemse stammen werden en worden uitgeroeid, maar dat is eerder het gevolg van de onmacht van de staat. Of het gevolg van onwil als de staat genocide oogluikend toestaat of als genocide zelfs officiële staatspolitiek is zoals in de Verenigde Staten tot in 1890 (onder het motto “de enige goede Indiaan is een dode Indiaan”).

Ten derde zijn vele gevallen gedocumenteerd van volken die “de zegeningen van de beschaving” min of meer enthousiast hebben omarmd en die min of meer vrijwillig zichzelf hebben gepacificeerd.

Tenslotte, het debiteren van halve waarheden en het beschuldigen van immoraliteit omdat bepaalde beweringen niet stroken met de eigen politiek agenda is zelf onethisch, niet bevorderlijk voor de wetenschap in het algemeen en de antropologie in het bijzonder, en, op termijn, contraproductief.

 

De teloorgang van de Amerikaanse antropologie

Eveneens als gevolg van Diamond’s publicatie is ook de Amerikaanse antropologie onder vuur komen te liggen. Volgens de critici is die aan obscurantisme, dogmatisme en een inquisitie-mentaliteit ten onder gegaan, en in plaats van een wetenschappelijke discipline verworden tot een politiek-correcte lobbyclub. In een stuk in het Amerikaanse tijdschrift Discover Magazine (5-2-2013), schreef Razib Khan bijvoorbeeld het volgende:

 

… cultural anthropology has gone down an intellectual black hole, beyond the event horizon of comprehension, never to recover. It has embraced deconstruction, critique, complexity (or more accurately anti-reductionism) and relativism to such a great extent that whereas in many disciplines social dynamics and political power struggles are an unfortunate consequence of academic life, in cultural anthropology the fixation with power dynamics and structures has resulted in its own self-cannibalization, and overwhelming preoccupation with such issues.

 

Geen enkele wetenschappelijke discipline die mij bekend is heeft ooit in een soort Inquisitiezitting een medewetenschapper officieel veroordeeld. Dit gebeurde tijdens de 82ste jaarlijkse conventie van de American Anthropological Association in 1983, toen Derek Freeman’s boek Margaret Mead and Samoa, in Freeman’s afwezigheid, werd  afgedaan als “poorly written, unscientific, irresponsible and misleading” omdat Freeman het had gewaagd het instituut Margared Mead te bekritiseren. Dit was, in mijn belevenis, het droevige dieptepunt van de culturele antropologie, en voorloper van de hedendaagse “political correctness” waarvan de Peace and Harmony Mafia deel uitmaakt.

 

Jared Diamond, The World until Yesterday: What Can We Learn from Traditional Societies?, New York: Viking Penguin; London: Allen Lane, 2012 (Nederlandse vertaling: De wereld tot gisteren – wat we kunnen leren van traditionele samenlevingen. Het Spectrum, 2013)

 

 

Jared Diamond

 

 

 

In zijn nieuwe boek beweert Jared diamond dat de Yanomami bedreven zijn in het 'preventief bedriegen'.Een Zuidamerikaanse traditionele samenleving (waarschijnlijk Yanomamö)

 

 

Australische Aboriginal voor Uluru/Ayer’s Rock