Systeemdeterminisme en de Derde Wereldoorlog (in 2020)

of de ‘seismografie’ van oorlog en vrede

 

Johan M.G. van der Dennen

 

Piepers, Ingo (2016) 2020 WARning. Social integration and expansion in anarchistic systems: How connectivity and our urge to survive determine and shape the war dynamics and development of the System. IP-Publications, Amsterdam

 

Ingo Piepers, de auteur van deze monumentale studie, volgde de opleiding Internationale Betrekkingen en Veiligheid aan het Koninklijk Instituut voor de Marine, onderdeel van de Nederlandse Defensieacademie. In 2006 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam met een dissertatie over de oorlogsdynamiek en ontwikkeling van het internationale systeem. Zijn huidige publicatie (die zowel een exercitie in systeemdynamica als een waarschuwing/voorspelling/aankondiging is) bouwt daarop voort en ontwikkelt die verder.

 

De conclusies van Piepers’ studie zijn ondubbelzinnig: het internationale systeem waar wij stervelingen in leven gehoorzaamt aan natuurwetten en is hogelijk deterministisch van aard. Het systeem bracht – en brengt nog steeds – twee soorten oorlog voort: systemische oorlogen en niet-systemische oorlogen. Systemische oorlogen zijn in feite ‘wereldoorlogen’ en zij brengen het systeem opnieuw in balans, terwijl niet-systemische oorlogen over het algemeen kleiner zijn en nauwelijks of geen effect hebben op het systeem. Door middel van oorlogen raakt het systeem spanningen kwijt; spanning die kan worden opgevat als vrije energie die aan het werk moet worden gezet om aan de natuurwetten te gehoorzamen. Deze studie toont aan dat systemische oorlogen periodiek noodzakelijk zijn in anarchistische systemen teneinde de betrekkingen tussen staten te her-balanceren en een nieuwe internationale orde te scheppen die – tenminste tijdelijk – relatieve stabiliteit en verdergaande groei (inclusief bevolkingsgroei) voortbrengt.

Het systeem begon regelmatigheden in zijn oorlogsdynamiek te manifesteren rond het jaar 1495, toen Europa – het continent dat de kern van het systeem zou gaan vormen – voldoende onderling verbonden raakte.

Vanaf 1495 tot 1945 ontwikkelde het systeem een eerste zogenaamde zelf-georganiseerde eindige (finite-time) singulariteitsdynamiek die uiteindelijk in een faseovergang resulteerde door middel van de vierde systemische oorlog (de Tweede Wereldoorlog, 1939-1945; de andere systemische oorlogen waren, respectievelijk, de Dertigjarige Oorlog, de Napoleontische Oorlogen, en de Eerste Wereldoorlog). De Tweede Wereldoorlog (de vierde systemische oorlog) markeerde het einde van de eerste en het begin van de tweede eindige singulariteitsdynamiek.

Na de tweede Wereldoorlog hernam het systeem een niet-systemische oorlogsdynamiek. Toen in 1989 de Koude Oorlog eindigde hernam het systeem een zogenaamde ‘chaotische’ oorlogsdynamiek. De chaotische aard van niet-systemische oorlogsdynamiek verklaart waarom deze oorlogen hogelijk onvoorspelbaar waren in vele aspecten, zoals de tijd van uitbraak en de tijdsduur, ondanks hun gedetermineerdheid. De tweede singulariteitsdynamiek zal hoogstwaarschijnlijk eveneens uit vier versnellende (steeds korter wordende) cycli bestaan.

Gebaseerd op uitgebreide gegevensanalyse en nieuwe inzichten in de werkingen van complexe systemen en netwerken, voorspelt deze studie dat het systeem waarin wij leven ‘kritisch’ zal worden, en een volgende systemische oorlog – een wereldoorlog dus –  zal opleveren rond 2020. Het internationale systeem is zich op het moment als het ware aan het ‘opladen’ voor een nieuwe systemische oorlog.

Piepers presenteert overweldigend bewijsmateriaal dat het systeem waarin wij leven hogelijk deterministisch en voorspelbaar is. Wij vormen een integraal onderdeel van dit systeem dat een oorlogsdynamiek voortbrengt door onze collectieve en  gezamenlijke inspanningen om te overleven in een anarchistisch systeem dat georganiseerd is in soevereine staten.

De regelmatigheden die Piepers in deze studie ontdekt roepen de vraag op waarom die niet eerder werden gevonden, gegeven de enorme inspanningen van historici, polemologen en andere wetenschappers om die te ontdekken. Het antwoord is, volgens hem, eenvoudig: historici en andere wetenschappers hielden zich alleen maar bezig met ontwikkelingen op korte termijn en geïsoleerde incidenten. De door Piepers gevonden regelmatigheden konden alleen worden ontdekt vanuit een lange-termijn perspectief en door recente inzichten in de gedragingen van complexe systemen en netwerken. Het feit dat ‘kleinere’ (niet-systemische) oorlogen in de negentiende en twintigste eeuwen steeds minder voorkwamen en dat de Eerste en Tweede Wereldoorlog (allebei systemische oorlogen) ten onrechte werden beschouwd als anomalieën hebben ons op het verkeerde been gezet.

Het feit dat kleinere oorlogen (niet-systemische oorlogen gedurende relatief stabiele perioden) steeds minder frequent werden in de periode van 1495 tot 1945 is een effect dat kan worden toegeschreven aan de toegenomen connectiviteit van het systeem. Deze groeiende connectiviteit onderdrukte geleidelijk het uitbreken van kleinere oorlogen en dwong tegelijkertijd het systeem spanningen af te reageren door steeds grotere, hevigere en frequentere systemische oorlogen (het beeld van een internationale periodiek kritisch-wordende ‘seismologische uitbarsting’ of ‘vulkanische eruptie’ dringt zich op; zie figuur 1 en 2).

Bovendien droeg een ‘afwijking’ in de niet-systemische oorlogsdynamiek gedurende de periode 1657-1763 bij tot het onvermogen van historici en andere wetenschappers om regelmatigheden in oorlogsdynamiek te ontdekken. Zulke ‘afwijkingen’ kunnen tegenwoordig worden geïdentificeerd en verklaard door voortschrijdende inzichten in de werkingen van complexe systemen.

 

Piepers ontwikkelt en verkent 15 verschillende perspectieven op het systeem:

(1) The System depicted as an input-throughput-output model;

(2) The System (1495-1945) depicted as a finite-time singularity accompanied by four accelerating cycles;

(3) The System depicted as a coherent ‘set’ of closely related and optimized dynamics that made up the first finite-time singularity dynamic accompanied by four accelerating cycles(1495-1945);

(4) The System depicted as an undistorted finite-time singularity dynamic;

(5) The System depicted as a binary network of war switches;

(6) The System depicted as a slowly-driven, interaction-dominated threshold system;

(7) The System depicted as a dynamical system;

(8) The System depicted as a path-dependent dynamic;

(9) The System depicted as a sequence of dynamics with particular characteristics;

(10) The System depicted as energy transfers;

(11) The System depicted as an interacting system of a deterministic and contingent domains, and accompanying variables;

(12) The dynamic System depicted as a change model;

(13) The finite-time singularity depicted as a distinct phase in a long-term process of social integration and expansion (SIE);

(14) The first international order of the System depicted as a damped oscillator;

(15) The System depicted as a set of early warning signals.

 

Op grond van deze en dergelijke berekeningen en analyses komt Piepers met de volgende boude/grandioze/megalomane prognose:

 

Om de implicaties van der aard van het systeem en onze blinde ‘gehoorzaamheid’ aan de deterministische wetmatigheden van het systeem duidelijk te maken: alle vier systemische oorlogen die het anarchistische systeem voortbracht zouden op ‘precies’ hetzelfde tijdstip en met dezelfde tijdsduur en dezelfde intensiteit hebben plaatsgevonden, ongeacht, bijvoorbeeld, de sociale kwesties die aan de orde waren en de spelers die een hoofdrol waren toebedeeld.

De systemische oorlogen zoals wij ze kennen – de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), de Oorlogen van de Franse Revolutie en de Napoleontische Oorlogen (1792-1815), de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) – zijn eenvoudigweg contingente manifestaties van onderliggende hogelijk deterministische ontladingen van systemische energie die niet vermeden hadden worden gegeven de hoeveelheden vrije energie die het anarchistisch systeem produceerde. De versies van deze oorlogen zoals wij die kennen zijn er slechts een van vele mogelijkheden: contingente dynamieken en keuzes doe er niet toe zolang er voldaan wordt aan de deterministische vereisten.

Zonder de bekende hoofdrolspelers van de Tweede Wereldoorlog (inclusief Hitler, Stalin, Roosevelt en Churchill) zou de vierde systemische oorlog ook zijn uitgebroken; het veiligheidsdilemma en wisselwerking van onderling samenhangende zelf-vervullende profetieën zouden de synchronisatie van beide domeinen hebben gegarandeerd. Onze vrije wil is veel begrensder dan wij denken en hopen… (deel 1, pag. 91).

 

Discussie en Evaluatie

De hoofdrolspelers blijken figuranten. Besluitvorming blijkt illusoir. Vrije wil beperkt tot non-existent.

Ik heb niet de pretentie dat ik alle “ins and outs” van Piepers’ vele honderden pagina’s systemische berekeningen, formules en grafieken heb kunnen bevatten (daarvoor is hogere wiskunde vereist), maar zijn resultaten zijn op zijn minst intrigerend, en in elk geval hoogst beangstigend. “Patterns in war dynamics reveal disturbing developments” waarschuwt Piepers dan ook bij elk nieuw hoofdstuk.

 

Als we afzien van het feit dat volgens vele bronnen de Derde Wereldoorlog al lang aan de gang is, of dat volgens andere onheilspellende bronnen op basis van bijbelse profetieën, Nostradamus, of tientallen andere samenzweringstheorieën binnenkort zal uitbreken, is de vraag hoeveel validiteit, zinvolheid, en voorspellingswaarde we aan deze en dergelijke studies moeten toekennen.

Uiterst merkwaardig vind ik dat Piepers zich niet bewust lijkt te zijn (hij verwijst in elk geval naar geen enkele studie) dat hij opereert binnen een traditie of school van systemische oorlogstheorieën, en wel, specifieker, de cyclische systemische oorlogstheorieën. Ik zal er, heel kort, een paar noemen.

 

Oorlogscycli en periodiciteit

Pogingen zijn gedaan om macroscopische patronen in de geschiedenis van oorlog te onderscheiden. Inspanningen om te bepalen of er een oorlog- en vredescyclus in het internationale systeem is zijn geleverd sinds het midden van de jaren ’30 van de vorige eeuw door verscheidene analisten te beginnen met Sorokin (1937) en Macfie (1938).

De hypothese van de machtsovergang (power transition: Organski, Kugler) is opgenomen in verscheidene recente theorieën van systemische verandering en hegemonische oorlog in de wereldpolitiek. Een daarvan is de ‘lange-cyclustheorie’ die door Modelski (1978, 1987), Thompson (1982, 1983, 1986, 1988), Modelski & Morgan (1985) en Modelski & Thompson (1989) is ontwikkeld. De lange-cyclustheoretici identificeren een mondiaal politiek systeem vanaf 1494 (historici laten het moderne Europese statensysteem meestal aanvangen in 1494 met de Italiaanse Oorlogen die begonnen met de Franse invasie van het rijk Napels, en waarbij voor het eerst infanterie, cavalerie, en artillerie samenwerkten) dat door regelmatige cycli van wereldleiding, systeembeheersing, en mondiale oorlog in de loop van de laatste vijf eeuwen gekarakteriseerd wordt. De leiding in het systeem is gebaseerd op de controle over militaire mogelijkheden van mondiale bereikbaarheid (maritieme macht voorafgaand aan de midden-twintigste eeuw, en luchtmacht sindsdien). Een wereldmacht komt voort uit een globale oorlog met monopolistische controle over maritieme macht en wereldhandel, die het toestaat om de globale politieke en economische systemen in zijn eigen belang te structureren en orde in het systeem te handhaven. De kosten van wereldleiding en de opkomst van nieuwe rivalen leiden onvermijdelijk tot een deconcentratie van macht en een daling in de machtspositie van de leider, en uiteindelijk tot een nieuwe strijd voor wereldleiding en een hernieuwde periode van mondiale oorlog, een cyclus die zich, volgens deze school, eens om de honderd jaar heeft herhaald. De lange-cyclustheorie probeert niet om alle oorlogen in het systeem te verklaren, maar slechts een beperkte klasse van mondiale oorlogen. Zij zijn het resultaat van een structurele crisis in het systeem en zijn fundamenteel successiegevechten om de hegemonie in het systeem. Daarom is hun fundamentele oorzaak de veranderende distributie van de macht voorkomend uit de ongelijke mate van economische ontwikkeling. Elke cyclus begint met een mondiale oorlog, die bepaalt hoe het systeem moet worden gevormd en welke wereldmacht het systeem zal kunnen organiseren. Er zijn vier stadia van de lange cyclus: globale oorlog, wereldmacht, delegitimatie, en deconcentratie. Theoretici van de lange cyclus claimen dat het internationale systeem vier complete cycli heeft afgerond (met als winnaars Portugal, Nederland (de Lage Landen), Groot Brittannië en nogmaals Groot Brittannië) en een deel van een vijfde cyclus (met als supermacht de Verenigde Staten).

Farrar (1977) onderzocht mogelijke oorlogs­cy­cli in het subsysteem van de Europese regio voor de periode tussen 1494 en 1973. Hij onder­scheidt drie typen oorlog: ‘sonderende’ oor­log (minimaal ge­weld, weinig veran­dering ver­oorzakend), ‘aanpassende’ oorlog (gema­tigd geweld maar geen bedrei­ging van de statushiërarchie) en ‘hegemo­nische’ oorlog (mas­sief geweld dat de hiërarchie bedreigt of wij­zigt). Farrar meent dat deze oorlo­gen voorkomen in een bepaalde volgor­de na­me­lijk (1) sonde­rende, (2) aanpas­sende en (3) hege­moni­sche oor­logen. De vol­ledige cyclus van oorlogstypen beslaat zo’n 100 jaar en is tussen 1494 en 1973 vier keer herhaald.

 

Dat uiteindelijk mensen tot oorlog besluiten en dat mensen oorlogen uitvechten dreigt in het macro-kwantitatieve systemische perspectief nogal eens op de achtergrond te raken. Dit leidt vervolgens weer tot de eeuwenoude vraag of, en zo ja van welke onpersoonlijke, blinde krachten de mens een speelbal is.

Carroll & Fink (1975) hebben die vraag al geprobeerd te beantwoorden. Zij onderscheiden (wat oorlogstheorieën betreft) een spectrum van zes mogelijke posities variërend van strikt determinisme tot ongebreidelde vrije wil oftewel het “absurde universum”. De meeste mensen zal het waarschijnlijk niets uitmaken of ze door een ongelimiteerd voluntarisme of door een overgedetermineerd internationaal systeem in hun bestaan worden bedreigd.